
Verbeter de wereld, begin bij een ander


Kijk, mijn dinsdagklasje, althans een deel ervan. We zitten in deze fase in de nestkastjesbusiness, een bijna Oost-Duitse serieproductie.
Vroeger noemden we ze mongolen, daarna mongoloïde kinderen, daarna hadden ze het syndroom van Down en nu heten ze ‘downers’, terwijl in de tijd dat ze van mongolen veranderden in mongoloïde kinderen het woord downers stond voor pillen als seresta, allerlei soorten barbituraten en ‘pammetjes’, ook bekend als mother’s little helpers. Maar dat allemaal even terzijde.
Zo kom je na een journalistiek leven met een verwaarloosde 'volledige' bevoegdheid als schoolmeester met een opleiding in de orthopedagogiek en een akte handenarbeid uiteindelijk toch nog aan je trekken.
Morgen gaan de dakjes op de nestkastjes en daarna gaan we dienblaadjes timmeren.
Update: vandaag heeft Jeroen een werktafel in productie genomen en Stefan een serie servettenbakjes.

Onze roodwangschildpad James is na zeventien jaar naar de schildpaddenhemel. En die is in Alphen aan den Rijn.
James werd door de hemelpoortbewaarster meteen gedetecteerd als een meisje. ‘Dat zie je aan de staart, de voorpoten en de vorm van het schild,’ zei ze. 'Ik zit dertig jaar in het vak.'
James – Jamina – kwam twee winters geleden te vroeg uit de winterslaap uit haar modderbodem naar boven en nu dreef ze weer dicht onder het ijs van de vijver. Op de duur betekent dat de vries- of de verdrinkingsdood van het beest, als je er niet op tijd bij bent.
We hebben haar vorig jaar winter drie maanden in een plastic speciekuip met water gezet in ons kantoor. Wat kan zo’n bak binnen een paar dagen gaan stinken… Dat is dus geen doen.
De schildpaddenhemel is verstopt in een enigszins desolaat industrieterrein in Alphen a.d. Rijn. Het gebouw ziet er aan de buitenkant uit als een soort deodorantdepot, maar ga er maar eens heen. Leuk uitstapje voor kinderpartijtjes en ook nog educatief.
Groet James van ons!

… gaat het niet alleen over onze deelname aan de Irakoorlog, maar ook over de aanleg van de Noord-Zuidlijn in de hoofdstad. Met de kennis van toen hadden ze het ook moeten weten dat het foute boel was, is de conclusie.
Balkenende wordt daar pijnlijk op gewezen door de commissie-Davids, en de (zoveelste) Amsterdamse wethouder van Tunnelbuizen, de heer Gerson, komt na enige aanmoediging zelf tot die conclusie.
Met de kennis van nu had ik eerder leren fietsen. Met de kennis van nu had ik bij juffrouw (dr.) Fermin voor wiskunde best wel een acht gehaald in plaats van een drie. Met de kennis van nu had ik mij nooit laten dopen. Met de kennis van nu was ik vaker naar de tandarts gegaan. Met de kennis van nu was ik Koreaans gaan studeren. Met de kennis van nu was ik miljonair geweest. Met de kennis van nu had de farao Mozes nooit moeten laten gaan. Met de kennis van nu had de oerknal beter achterwege kunnen blijven. Met de kennis van nu was Archimedes eerder in bad gegaan.
(Uiteindelijk ben ik met een kennis van toen getrouwd… En die is met de kennis van nu gestopt met roken volgens de kennis van toen. Of andersom.)
Toen, dat waren nog eens tijden. Toen twee plus twee nog vijf was en de regering regeerde…
‘L’imagination au pouvoir.’
La vie est belle, etc.

Vanavond wil ik twee dingen met u behandelen. Waarom lekken plastic ketjapflesjes overal en altijd, zelfs bij Kaki Tiga, de beste die er is (volgens echte Indonesiërs in Gouda.) Er ligt in de kast altijd een kleverig bruin plasje onder. Weet iemand dat?
En dat dit. Heel vroeger, toen ik nog in het onderwijs zat, bestond er een Wet besmettingsgevaar leerlingen, in het kader waarvan wij als schoolmeesters en -juffen elk jaar een Mantoux-prikje moesten gaan halen om te kijken of we geen tbc hadden. De wet bestaat niet meer, evenmin als de Wet besmettingsgevaar leerkrachten, voor welks totstandkoming ik destijds vurig heb gepleit, maar die er mijns ondanks nooit is gekomen.
Ik begin daar maar even over, want afgelopen dinsdag ben ik (als vrijwillige leerkracht, nota bene) in mijn gehandicaptenklasje op de manege vol in het gezicht geniest door Stefan (Down-jongen), waardoor het virus turbogewijs door mijn afweersysteem werd geblazen. En nu ben ik, op zondagavond, winkels dicht, al hoestend en proestend door de keukenrollen heen en de papieren zakdoeken, en is ook de laatste rol toiletpapier vol gesnoten. Natte proppen dus.
Die Goudse Indonesiërs hadden flessen water op de wc staan. Dat ga we dus nu ook maar doen: mandiën heet dat.
Vannacht de laatste kerstservetten naast het bed.
Hatsjie et bonne nuit!
![]()
Lekker land. Het vuurwapenbezit bedraagt 4 schietijzers per hoofd van de bevolking, baby’s en bejaarden meegerekend. Zie Robert Kaplan, Imperial grunts. Hier nog maar eens de tien geboden van het oorlogvoeren van Anne Morelli.
1. We willen geen oorlog
2. De tegenpartij is de enige schuldige aan de oorlog
3. De vijand is het gezicht van de duivel
4. We verdedigen een nobele zaak, geen eigen belangen
5. De vijand begaat systematisch wreedheden; als wij miskleunen begaan, is het onvrijwillig
6. De vijand gebruikt verboden wapens
7. Wij lijden weinig verliezen, die van de vijand zijn enorm
8. Artiesten en intellectuelen staan achter onze zaak
9. Onze zaak is heilig
10. Zij die onze propaganda in twijfel trekken, zijn verraders

Kijk, het antwoord van de Belastingdienst op mijn briefje van 18 december 2009.

Wie weigert te bekennen dat hij door overhemden strijken, gehaktballen eten en af en toe een warm bad nemen bijdraagt aan het onder water lopen van half Europa, bewijst juist door die weigering zijn schuld daaraan. (Ik ben volgens F. Halsema een 'klimaat-onnozelaar'.)
In de Middeleeuwen overkwam dat van hekserij verdachte lieden. Ze ontkenden en waren dus schuldig. Dat heette volgens de Sacra Rota Romana maleficium taciturnitatis. Onder de terreur van Stalin (en enkelen van zijn opvolgers) gold dat principe ook.
Nu is het maar een kleine stap van het communisme naar types als minister Cramer en Kamerlid Halsema (ik kan het ook niet helpen dat minister met een kleine letter moet en Kamerlid met een grote, maar dat is waarschijnlijk het toppunt van democratische orthografie).
Het zou me niet verbazen als die twee in de jaren zeventig en tachtig achter het vaandel van de KEN hebben aan gelopen, de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland, die meteen na haar oprichting door ruzie uiteen was gevallen, ik meen in een gewone KEN, een KEN-l (leninisties) en een KEN-ml (marxisties-leninisties), tezamen de broedstoof van de latere Socialistiese Partij, maar dat terzijde.
Ik vind het geen wonder dat zeloten als Cramer en Halsema, nadat ze eerst hun kerkelijk geloof en daarna hun aanbidding van de arbeidersheilstaat hebben losgelaten, in het klimaat-mea culpa een nieuwe religie hebben gevonden. (Sommige mensen kunnen nu eenmaal niet zonder.)
Ze zullen dat ontkennen, en volgens de Rota en het Politburo bewijzen ze daardoor dat ik gelijk heb.
(De Rota bestaat nog steeds, het Politburo niet meer.)

Ik heb maar één Nieuwjaarswens, en dat is dat je in Nederland godskolere miljaar nondedju weer eens ergens fatsoenlijke, malse sperziebonen kunt kopen, als kosten ze een tientje het pond! En niet die half verdroogde meuk uit Kenia of Egypte. Dat vreten ze daar zelf maar op.
(Of toch maar een volkstuin doen?)

Ja, ook in Dreischor doen we aan de Nieuwjaarsduik, maar dan voor een goed doel. Op de foto ziet u de zestiger Wim Klippel zich met doodsverachting in het koude water storten bij een ijzige noordenwind van 4 tot 5 beaufort, met achter zich aan dominee Tim Wiersum, de lokale regenmaker. Een groep dapperen zou hen volgen, onder wie opmerkelijk veel vrouwen.
De fotograaf was natuurlijk net te laat om de duik van de P. te vereeuwigen, maar hij (niet de fotograaf maar de P.) zit ongeveer een meter of twintig verderop nog onder water en kwam pas boven bij Goeree Overflakkee, dat u aan de horizon enigszins heiig (diezig, zeggen we hier) ziet oplichten, vanwaar hij u allen, trouwe en ontrouwe lezers, een fabuleus 2010 toewenst.
Het is uit enigszins apocrief onderzoek gebleken dat Jozef Maria op die ezel heeft gehesen en haar zeven maanden heeft rond gesleept over hobbelige paden, teneinde een abortus provocatus op te wekken. Ze hadden toen nog geen breinaalden, groene zeep en ook geen spoorbielzen waaroverheen je als zwanger meisje met je bromfiets de boel kon los rammelen. En daar zitten we nu al meer dan twintig eeuwen mee opgescheept. En dan ook nog eens die bloeddorstige Mohammed…
Nochtans, ‘prettige dagen’!

Soms voel ik mij - maître van onze keuken - een kleine Escoffier of een bescheiden Bocuse. Ik wil ook graag de (Zeeuwse) markten afstruinen naar het allerbeste, maar kom nooit verder dan de maandagse goekopegroentenwagen van Dekker uit Wolphaarstdijk, en die heeft soms schorseneren. De ‘asperges der armen’ zoals wijlen mijn dode enzovoort moeder ze altijd noemde.
‘Doet u mij maar een kilo.’
Daar ga ik als chef eens een heel nieuw recept voor bedenken, was ik vast besloten. Mw. de P. vond het wel een plan, maar dat ontaardde vooralsnog niet in uitbundigheid harerzijds.
Het is een soort pasta carbonara geworden, maar dan met die stukjes schorseneren erdoorheen.
‘Niet meer doen,’ besloten we eensgezind. ‘Het is een typisch Allerhande-recept. Lijkt altijd aardig op het fotootje, maar het is zelden te vreten.’
Vandaag aten we ‘pollo al ajillo’, met rode en groene paprika, vergezeld van dikke patatas fritas (con). Onthouden van een weekje Madrid, lang geleden…
We hadden nog een staartje Margaux 2004 erbij.

In een eerder logje, lang geleden alweer, heb ik het al aangestipt. In een obstinate bui wil ik ’s ochtends vroeg mijn hemdje wel eens achterstevoren aantrekken. Vanochtend in bed bedacht ik – ik denk ’s winters veel na in bed, daar ik weiger op te staan als het nog donker is en niet licht dus – dat daar nog wel wat meer over te vertellen is, over dat hemdje, bedoel ik.
De Hema verkoopt dameshemdjes zonder labeltjes. Wasvoorschrift en andere informatie staan aan de binnenkant, boven aan de rugzijde op de stof gedrukt. Na jaren van wassen was het zwarte hemdje de absolute favoriet, want de tekst was weg gewassen en dus hoefde ik ’s ochtends niet meer te kijken wat voor en achter was. Vaag in mijn achterhoofd vond ik het wel vreemd dat ik de volgende dag bij het witte hemdje weer op zoek ging naar het wasvoorschrift. Een soort dwangneurose, zo leek het wel als je er goed over nadacht.
Op 1 november j.l. heb ik om 15.00 uur mijn laatste sigaret uitgemaakt. Sindsdien moet na het opstaan meteen de klassieke zender aan en pers ik driftig grote hoeveelheden citrusvruchten uit, waarvan het sap niet eens in de allergrootste beker past. De krant moet flink uitpakken wil ik aan pagina 3 toekomen. Koffie, veel koffie, tot ik er hartkloppingen van krijg en gedwongen ben over te stappen op cafeïnevrije koffie. Snel naar de computer om het nieuws te lezen dat mij in de krant niet kon bekoren. Ontbijten met het dagelijkse computerspelletje in een verbeten poging mijn persoonlijk record te verbreken, nog meer koffie, grondig tandenpoetsen, douchen en dan snel aankleden, maakt niet uit wat, als het maar schoon is. En dat hemdje, of dat nu achterstevoren, op z’n kop of binnenstebuiten zit: het maakt me niets, maar dan ook echt helemaal niets uit.
Het is waarlijk een zegen niet-roker te zijn.
Dreischor 18.12.09
U vraagt mij in verband met een teruggave nu al voor de derde keer om mijn bankrekeningnummer, terwijl u dat al jaren hebt. Ik krijg immers ook aanslagen thuis gestuurd met een voorgedrukte accept-giro met mijn bankrekeningnummer erop.
Vorige keer was het terug te storten bedrag al op mijn rekening geboekt, voordat u me om mijn bankrekeningnummer vroeg.
Een beetje ‘Kafka’, dunkt mij. Als u nooit van Kafka hebt gehoord, laat dan maar zitten. Geef de schuld dan maar weer aan ‘de computer’.
Vriendelijke groet,
De P.
045293488

Ik ben - wegens mijn zeer hoge ouderdom - nog nooit zo vaak ingespoten teken de influenza, of welke ziekte dan ook (de laatste keer daarvoor was het het Salk-vaccin tegen polio) als de afgelopen twee maanden. Toch ben ik nu bezig de derde griepaanval sinds half oktober te doorstaan.
Is er een dokter in de zaal?

De P. houdt niet van woordspelingen, want dan moet hij steeds denken aan Seth Gaaikema. Altijd flauw, meestal misplaatst (goedkope naamgrappen!).
Maar als u nu eens op vakantie vanaf Orléans over de RN20 naar het zuiden rijdt, komt u tussen Vierzon en Chateauroux door Vatan. In dat dorp hebben ze de enige woordspeling bedacht, die de P. ooit de mondhoeken deed krullen.

U denkt misschien: wat doet de P. nu op zo’n dooie decemberavond, nadat hij heeft gekookt en afgeruimd en de vrouw aan haar breiwerkje zit. Wel, de P. maakt kroketjes. Dat heeft hij van wijlen zijn dode etc. moeder geleerd. En die heeft het weer van haar dode moeder, Elisabet Verkaart, die in de jaren twintig van de vorige eeuw hoofd van de huishouding was bij de familie Beelaerts van Blokland in Den Haag, aan de Koninginneweg. U weet wel, ministers, diplomaten, landhuis, enzovoort.
Onze slager heeft af en toe een hele ossenstaart in de aanbieding. Daar kun je een geweldige bouillon van trekken. Foelie erin, knoflook, bouquet garni, enzovoort. Een deel van de bouillon en het vlees eindigde deze keer in de bruinebonensoep, en van de rest heb ik een ragout gemaakt voor de kroketjes, volgens het kookboek dat mijn grootmoeder gebruikte toen ze nog bij B. van B. werkte.
Oma ging op de duur haar post ook onderschrijven met B. van B. Toen haar mevrouw eens vroeg wat dat te betekenen had, zei Elisabet droogjes: ‘Dat betekent Betje van Bart!’

Rupert Sheldrake heeft de ‘morphic resonance’ uitgevonden, althans in theorie. Dat is bijvoorbeeld dat een koolmees leert hoe hij/zij in de Londense volkswijken de capsules van melkflessen die de dairyman elke ochtend bij de voordeur zet, moet doorpikken om bij de voedzame room te komen die boven op de melk drijft. En dat dan alle andere koolmezen – eerst in het Verenigd Koninkrijk uiteraard (Rule Brittannia, Brittannia rule the waves!) en dan pas op het continent – en daarna in heel de wereld, en in Noord-Sudan en Zimbabwe, dat ook gaan doen.
Volgens mij is Rupert een dwaallicht en zijn theorie meer geloof dan wetenschap, en na vier jaar internaatsterreur bij de broeders van Saint Louis in Oudenbosch, kan elk geloof of moreel gezag me aan mijn reet roesten. Ni Dieu, ni maître.
Maar dit weekeinde sloeg de twijfel lichtjes toe. Heeft Sheldrake gelijk? Op klein-continentale schaal dan, ‘morphic resonance’ tussen de Wibautstraat in Amsterdam en de Maarten Meesweg in Rotterdam? Tussen Meulendijks en Steenhuis?
Van het cryptogram in de Volkskrant van afgelopen zaterdag is de oplossing van 19 horizontaal: afhaalchinees. De oplossing van 18 horizontaal in de NRC is: afhaalchinees.
De oplossing van 1 verticaal in de Volkskrant is: hulpsinterklaas, en de oplossing van 3 verticaal in de NRC is: hulpsinterklaas.
(Wie 17 opzij van de NRC weet, gelieve zich te melden?)

Vandaag gaat het in de media over het offerfeest en het rituele slachten. Ik zou er wel een ongevraagd advies over willen geven, maar misschien is het feit dat ik offerfeest niet met een hoofdletter schrijf tegenwoordig al reden voor een fatwa. Dus het OAB houdt zich koest. Maar een herinnering aan dat offerfeest dient zich aan.
In de zomer van 1987 was ik met een vriendin (Marion A.) op vakantie in Turkije, waar van echt toerisme toen nog geen sprake was. In Amasra aan de Zwarte Zee (Kara Deniz) kwamen we met de bus aan vanuit Istanbul en werden we meteen van straat geplukt door Hamdi Zhemeri. We konden gratis in zijn huis slapen, want zijn vrouw was naar haar zuster in Zonguldak. We moesten van Hamdi dit eten en dat drinken, en veel zwemmen, want dat was ‘gut für die Gesund’. Hamdi had een tijd in Duitsland gewerkt.
Aardige man. We namen toch een pension, maar uiteindelijk hebben we één nacht doorgebracht in het huis van Hamdi. Hij had grote mossels gegrild op het omgekeerde deksel van een wasketel (‘gut für die Gesund’), geserveerd met brood, zoete pepers en rode wijn. Toen Marion was gaan slapen, voerden Hamdi en ik nog een gesprek, u weet wel, mannen onder elkaar.
Hoe vaak ik haar sloeg, wilde hij weten. Hij had er zelf een hekel aan om zijn vrouw te slaan, maar af en toe moest dat, vooral als zij hem ‘sehr böse gemacht’ had. Dan kon hij er echt niet onderuit.
Of hij haar kortgeleden nog onder handen had genomen en zij daarom naar haar zuster in Zonguldak was… Nee, daar gaf hij geen antwoord op. De volgende morgen zijn we met Hamdi in zijn roeibootje gaan vissen op de nogal erg woelige Kara Deniz, maar toen M. afwisselend groen uitsloeg en wit wegtrok, zijn we maar teruggekeerd (‘nicht gut für die Gesund’).
Van Amasra namen we via Adapazarı de nachtbus naar Aksaray. Het was druk, het was bayram, het was offerfeest en dan gaat heel Turkije op reis naar familie. We stonden achter aan de rij en toen het onze beurt was, waren alle stoelen bezet en was de bus vol. (Turkije is een beschaafd land waar het ov geen staanplaatsen kent. )
Er stapten twee Turken uit en wij mochten, nee, moesten instappen. De volgende bus kwam pas over zes uur en dat konden ze ons niet aandoen.
Over de nacht in het 'hotel' in Aksaray zal ik u de details besparen, niet dat we ons verdiepten in ‘het groot geheimnis tussen man en vrouw’, maar van de dood gemepte kakkerlakken en andere beesten die kamikazegewijs op ons bed neerstortten.
’s Morgens werden wij wakker door het geluid van geplens in de dakgoten en klaterende regenpijpen. Ik klom op een gammele stoel om uit het nogal hoog aangebrachte raam naar buiten te kijken of het misschien regende. Het was geen water, het was schapenbloed dat in grote stromen vanaf de platte daken naar beneden over de straatstenen gutste… Offerfeest.
De volgende dag zijn we met een huurauto vertrokken naar Gülsehir, waar we na aankomst bij een bar een glaasje ‘elma çay’ gingen drinken, en waar een Turkse jongeman op me af liep en me een hand gaf: ‘Hé, jij woont toch in de buurt van het Mercatorplein? Ik zie je wel eens bij café Looyen!’

Door de week drinken wij bij het avondmaal een glaasje rood, meestal uit een aanbieding van Gall&Gall, ook wel van de Liddle of de Aldi. Maar op zondag drinken wij ‘zondagswijn’ met een grote W, her en der ingekocht bij befaamde wijnhuizen, of bij elkaar gescharreld in Frankrijk, en meestal ook met een grote €.
Zondag was het bij een provinciaal Fransachtig stoofpotje (van fijngesneden riblap met wat paddenstoelen, peen, tomaten, sjalotten, stukjes rookspek, beetje knof, kruiderij en een flinke scheut pinot blanc) een fles Nuits Saint Georges, waarvan we er nog drie hadden liggen (nu nog twee). Maar zo’n fles krijgen we bij één maaltijd niet op.
Zo zaten we vandaag te glunderen met de rest van de Nuits Saint Georges van gisteren, aan de stamppot boerenkool met uitgebakken katenspekjes en met goud bekroonde rookworst van onze slager.
La vie est belle (si on la comprends), crisis of niet..
Om een stukje te schrijven moet je eigenlijk ergens wat van vinden. Maar ik vind al de hele week nergens wat van. Misschien komt het door het griepvirus H1N1 en heeft dat iets in mijn harde hoofd uitgewist. Maar daar vind ik dan ook weer niks van.
Mevrouw de P. vroeg vanmiddag nog wat ik vond van dat stuk over Van Rompuy in de Volkskrant. Ik zei: ‘Niks.’ 'En die handsbal van Thierry Henry dan?' Nee, ook niks. Ik vind niks, al een week niet, zelfs geen dubbeltje, nog geen oude kroonkurk.
Later op de dag leek er in mijn toestand een lichte kentering te komen, toen ik op de autoradio een Ster-tekst hoorde. Die begon zo: ‘Binnenkort krijgt u een brief in de bus die veel vragen bij u zal oproepen…’ Daar heb ik toch wel heel even iets van gevonden, van die tekst:
SCHRIJF DAN GODVERDOMME EEN BETERE BRIEF!
Dus misschien komt het toch wel weer goed…

Kijk, dit hebben wij vanavond gegeten: gebakken bloedworst met appel. Mw. de P. kun je er voor wakker maken, maar ik moet er elke keer toch weer aan wennen. Dat komt zo.
Op het internaat van de bisschoppelijke kweekschool Saint Jean Baptiste de la Salle – onderdeel van de roomse onderwijsfabriek Saint Louis in Oudenbosch – kregen wij geïnterneerden dat af en toe voorgeschoteld. Meestal op dinsdag, want er heerste niet alleen tucht (handjes boven de dekens), zoals u begrijpt, maar ook orde en regelmaat.
Op dinsdagavond moesten wij in het eerste leerjaar ook een zwemdiploma halen; ze vonden dat dat opvoedkundig gezien erbij hoorde, terwijl ik bij wijze van spreken als Zeeuw eerder kon zwemmen dan lopen, want dat had ik mezelf bij ‘het Luitje’ in Zierikzee geleerd.
Op die dinsdagavonden gingen we dan met de bus naar het Sportfondsenbad (spatbordenfonds, hahaha) in Breda om daar ‘te leren zwemmen’. Ook op die dinsdagavond dat ik de bloedworst met appel had opgegeten van iedereen aan tafel die dat niet lustte. En dat waren er nogal wat.
Op de heenweg naar het spatbordenfonds ging het nog wel goed, niet meer dan wat winderigheid en af en toe een lichtzure boer.
Afgelopen zondag zag ik kleinzoon Gijs (tien maanden) voor het eerst over de vloer tijgeren. Precies zoals ik mezelf als kleuter had leren zwemmen: half op zijn rechterzij liggend, hoofd omhoog, zijn rechterbeen strekkend qua afzet, het linkerbeen bijhalend en dan de rechterhand uitstrekkend naar voren en met de linkerhand een beetje bijkrabbelend. Het is een soort crawl, maar dan voor één been en één arm, en de rest hangt er een beetje bij: een heel erg vrije slag, maar als je geen Olympische ambities hebt redelijk effectief.
Maar daar haalde ik dus geen zwemdiploma mee. En of ik nu de school- of de rugslag moest doen, steeds verviel ik in het gecrawl dat Gijs en ik – in onze genen, dat is wel duidelijk – gemeen hebben.
Maar op die ene dinsdagavond werd ik in de bus terug naar het internaat hondsmisselijk en heb ik daarna een hele wasbak vol gekotst met half verteerde bloedworst, en zie dan maar eens die stukjes spek die erin zitten, met de achterkant van je tandenborstel door het afvoerroostertje te wurmen om de schande uit te wissen. Pas bij de derde examenpoging haalde ik mijn a-diploma, na vele busreizen naar het spatbordenfonds.
Decennialang geen bloedworst met appel meer gegeten, alleen de lucht al, maar sinds een tijdje lukt het wel weer omdat mw. de P. het zo lekker vindt, al zie ik – elke keer opnieuw – die wastafel vol kots weer voor me, en die tandenborstel en die spekjes.
Alle leed is voor niets geweest, ik zwem nog steeds zoals Gijs tijgert…

Nee, wij hadden niet zo’n zure druif in een stofjas over de vloer die mevrouw de P. eens bestraffend en met die meewarig uitgezakte Sint Bernhard-ogen ging toespreken: ‘Tja mevrouw, dat komt ervan als u geen Flupperdeflop gebruikt. ‘
Nee, het was meer een goedaardige conciërge die in twintig minuten onze Siemens SIWAMAT XB 1260 van een nieuw element voorzag. Mevrouw de P. helemaal in haar wasnopjes, want dat is een van haar hobby’s, wasjes draaien, met warm water. (€ 103,25, maar dan heb je ook wat. Wat er dit jaar hier al niet kapot gegaan is…)
Mevrouw de P. zei tegen de goede man dat ze er steeds meer zeep bij ging gooien, omdat de boel maar niet schoon wilde worden. Maar dat is helemaal fout, zei hij. ‘Dan gaat alles aan elkaar plakken en het is juist de bedoeling dat het wasgoed geslagen wordt door de nokken in de trommel, zoals de vrouwen vroeger aan de kant van de rivier hun wasgoed op het muurtje sloegen .'
Oh, dat is dus de moderne wastechnologie… die van mijn betovergrootmoeder!
Mevrouw de P. de Eerste deed twintig jaar met haar Constructa Prima, net zolang als onze echtverbintenis. Mevrouw de P. de Tweede en ik zijn al aan onze tweede wasmachine, al was die eerste een afdankertje. En nu had die nieuwste (7 jaar) al kuren…
Volgend jaar 10 juli zijn we samen zestig jaar getrouwd, ik veertig en zij twintig. Gaat u alvast eens wat geld inzamelen voor een cadeau, een wasmachine of zo.

Ik wist al wel van het bestaan van het ‘Isabelkleurig Breeksteeltje', maar dat er ook een ‘Dakloze Huiszwam’ bestaat, bevestigt mijn opvatting dat onzelieveheer ook in de wereld der mycologie rare kostgangers heeft.
De P. is zich nolens volens aan het verdiepen in de wereld van de paddenstoelen, wegens zijn bijzondere mycologische vondst, een beetje buiten Zierikzee. Zelfs dir. Beestjes, u allen bekend, weet niet hoe het afgebeelde exemplaar heet. ‘Zo groot kan helemaal niet,’ wist hij uit zijn paddenstoelenboek te melden.
De hoed van deze paddenstoel (zeg maar gerust driezitsbank) heeft een diameter van 41 centimeter, en je kunt heel www.soortenbank.nl af zoeken, hij staat er niet bij. Inmiddels is mijn vraag doorgestuurd naar paddenstoelenprofessoren aan de universiteiten van Leiden en Leuven, maar nog geen sjoege.
Ted Sluijter, kom er maar in!

Uit de diepten roep ik tot u: wie weet er een goede volautomatische dvd-recorder, waartegen je bij wijze van spreken alleen maar hoeft te zeggen: ‘Vanavond de film op BBC 2 en volgende week woensdagmiddag die documentaire over je weet wel, met die… hoe heet hij ook alweer?’
Knopjes moeten indrukken mag ook, als het er maar niet meer zijn dan twee, en dat zo’n ding dan niet een kwartier voordat de film of wat dan ook is afgelopen stopt met opnemen, omdat de reclameblokken zijn uitgelopen.
Je zit op het puntje van je stoel film te kijken: krijgen ze mekaar, krijgen ze mekaar niet (of: wint de indiaan of wint de cowboy?), mevrouw de P. zit al met een doorweekt zakdoekje in haar knuisten, et voilà: een zwart scherm, vervolgens de weervrouw op België 2: ‘Lichte tot matige koelte boven de Ardennen…’
Wat u trouwens nooit moet doen, is zomaar een stapeltje papier op uw toetsenbord leggen. Daar kan het beeld op je scherm ineens 90 graden van kantelen, zodat je de rest van de middag met een scheve kop (twee dagen een stijve nek!) voor je pc hangt omdat je een deadline moet halen en niet weet hoe je de zaak weer recht kunt zetten. Ik weet na veel gezweet inmiddels hoe dat moet, maar graag eerst merk en type van die dvd-recorder!

Tja, een plaatje van vorige week. Maar kijkt u nog eens goed waarmee de kleine Cécile (4) in het pannenkoekenbeslag staat te harken: de Philips-mixer van wijlen haar dode en reeds lang geleden overleden overgrootmoeder. Dat is nu eens een topvoorbeeld van recycling: niet tot pulp vermalen en er dan tuinkabouters van maken of lichtgevende bermpaaltjes, nee, gewoon doorgeven van generatie op generatie, net zolang tot dat het ding het niet meer doet. En daar kun je bij die Philips-mixer uit de jaren zestig verrekte lang op wachten. Duurzaam ‘produkt’, sinds 2005 door een zich vervelende en in Brusselse restaurants vergaderende Nederlands-Vlaamse Taalcommissie weer gespelregeld als ‘product’. (In 2015 wordt het weer ‘produkt’, wat ik u brom! Dan komt ook ‘pannekoeken’ terug…)
Maar nu over die Philips-mixer, de merkplaatjes zijn er helaas vanaf gevallen. Het apparaat was in 1967 het huwelijkscadeau aan mevrouw de P. de Eerste van de BLO-school te Zierikzee, waar ik dat jaar als 'volledig bevoegd' schoolmeester begonnen was te werken; ikzelf kreeg een metalen gereedschapskist (helaas geen kist metalen gereedschap). Those were the days…
Het is ermee begonnen dat we begin jaren zeventig alle roestvrij stalen cadeaus van ons huwelijksverlanglijstje (potten, schalen, pannen, pollepels, schuimspanen, botervloten, eierdopjes) weggaven aan mijn moeder, en we op rommelmarkten – vooral op de Blaak in Rotterdam – ons blind kochten aan ‘nostalgisch’ lichtbeschadigd emaillewerk, want dat zag er in de keuken zo gezellig en ouderwets uit.
In de jaren tachtig was het allemaal wéér anders. Die oude geëmailleerde troep ging naar de semi-Marokkaans-Turkse rommelmarkt van de school (we woonden toen in Gouda) en qua onze eigen potten en pannen gingen we niet voor minder dan Bijenkorf-kwaliteit en het liefst Le Creuset. De Magimix was opeens je van het, en de Philips-mixer ging als afdankertje naar mijn moeder.
Ze is nu twintig jaar dood, mijn moeder, maar die mixer uit 1967 is sindsdien weer bij mij en aan zijn vierde generatie gebruikers toe. Ik maak er chocoladecakes mee voor mevrouw de P. de Tweede, en kleindochter Cécile pannenkoekenbeslag.
(Er zat ooit een soort ophangding bij voor aan de keukenmuur, met een apart vakje voor de hulpstukken. Maar dat is weg.)

Het ging bij Pauw & Witteman maandagavond even over de betekenis van ‘verduurzamen’. Het woord kwam uit de mond van een Club van Rome-mevrouw, een hartstochtelijk ondernemend duurzaamheidstype, ‘eindelijk eens goed gekleed’.
Verduurzamen. Laten we zeggen: verduurzamen van hout. Dat was vroeger je nieuwe schuttinkje insmeren met echte carbolineum of creosoot, en je had er de eerstkomende vijftien jaar geen omkijken meer naar. Sadolins kon ook, in zeven kleuren naar keuze, die na verloop van tijd wel een beetje werden overschaduwd door een blauwachtig waas van gehydrateerd kopersulfaat (CuSO4•H2O), maar je grenenhouten tuinhekje kon er wel honderd mee worden. Stond ook op het blik: ‘Voor het verduurzamen van hout.’ Thans verboden, want slecht.
Wat dacht u van die prachtige zwarte Zeeuwse schuren die de eeuwen en zelfs de Ramp van ’53 hebben overleefd: teer! Daar zit een centimeter teer op om de boel te ‘verduurzamen’. Mag niet meer. Niks mag meer: carbolineum is een soort slappe koffie geworden, gecreosoteerde tuinpalen met eeuwigheidswaarde zijn nergens meer te krijgen, en Sadolins, wie weet nog van het bestaan ervan? Het ‘verduurzamen’ van toen mag niet meer, want dat is slecht.
Het nieuwe ‘verduurzamen’ – laten we zeggen: verduurzamen van hout – is tegenwoordig het aanschaffen (of eigenlijk liever niet aanschaffen) van hout, dat je ter verduurzaming mag insmeren met liters zogenaamd ‘duurzaam geproduceerde’ waterverf, wat je elke twee jaar dient te herhalen. Zo niet, dan moet je weer om nieuw hout, spijkers en schroeven. En weer om liters van die o zo 'duurzame' waterverf.
Wijlen mijn dode en reeds lag geleden overleden moeder naaide zelf windjacks voor mij, voor op de fiets naar school (15 km heen, 15 km terug door de kale polders), en verduurzaamde die tegen stortregens met Harmisol. Zal ook wel niet meer mogen. Is ook slecht.
Enfin, ik sla in het Nederlands Etymologisch Woordenboek van Jan de Vries, Leiden 1997, vierde druk, (This book is printed on acid-free paper) het lemma ‘slecht’ op en vind als verklaringen uit het oude Middel- en Noord-Nederlands onder meer: geordend, gereed, zachtmoedig, vriendelijk, oprecht.
De etymologie van ‘verduurzamen’ zal ooit nog eens worden geboekstaafd als: Nieuw Middel-, Noord- en Zuid-Nederlands voor ‘duurder maken’, 'zwijnerij'.

Zondagmiddag, twee kleinkinderen over de vloer. Mevrouw de P. druk met een klus, de Nachwuchs zeer druk met elkaar, en geen strandweer. De P. googelt ‘attracties kinderen zeeland’. En waar komt hij terecht? Bij Speelcircus Bambini te Vlissingen, in een afgedankt zwembad zonder water. Het drooggelegde diepe voor de jong-gevorderden, het lege pierenbadje voor de kleintjes. Met daaromheen allemaal terrasjes met gezellig keuvelende ouders, opa’s en oma’s, kopjes koffie, biertje, ijsjes voor de kinders. Dat is nog eens kinderopvang! (Inkom €6,50 per kind en slechts €2,50 voor opa!) Die twee van mij horen bij de jong-gevorderden.
In het ‘diepe’ is alles gecapitonneerd, je kunt er schadevrij je kop stoten tegen een paal en ook vallen, maar nergens dieper dan veertig centimeter, en dan land je nog op een soort kussen; alles is kruip door-sluip door, en de glijbanen, twee meter, zes meter, twaalf meter, monden uit in een ballenbak of op een matrasachtige substantie. Je kunt je zelfs door een soort spiraalbuis van boven naar beneden laten storten zonder je te bezeren, en ze doen het.
Ze gaan er een uur achter elkaar tekeer. Dan kruipen ze stomend naar boven: ‘Opa, mogen we een ijsje?’ Ze bestellen een ‘schatkistje’, en opa neemt een spa rood. Wouter (6) is het eerst klaar en vraagt of hij weer mag gaan spelen. En weg is hij. Cécile (4) zegt even later: ‘Opa, ik ga ook weer spelen.’
Vanaf dat moment is ze spoorloos. Niet in het droge diepe, niet in het droge ondiepe, waar het luierdragende segment rondkruipt. Ik loop drie, vier keer het complex rond, schreeuw naar Wouter of hij Cécile heeft gezien. Nee, en hij stort zich weer blijmoedig van een bijna loodrechte glijbaan af.
De restauranthoudster roept twee keer luid en duidelijk om of ene Cécile zich wil komen melden. Geen sjoege. Er is nu bijna een halfuur om en ik krijg heldere visioenen, half open vuilniszakken in sloten, namen van ontvoerde meisjes die dood zijn teruggevonden, mijn speekselklieren houden ermee op, al die andere in hun eentje zittende opa’s – het is bijna Hitchcock – grijnzen mij aan vanaf het terras. Ze weten er meer van, dat is zo goed als zeker…
Ik bel mevrouw de P. Ik zadel haar dan wel op met mijn blinde paniek, maar wat moet ik anders? For better and for worse was de afspraak: kleinkind ontvoerd.
Ik vraag de dame van het restaurant: ‘Als ze hier niet is, daar niet en daar ook niet, waar kan ze dan zijn?’
Flegmatiek: ‘Wat heeft ze aan?’
‘Een blauw fleece-jasje met Gaastra op de rug en een spijkerbroekje.’
‘Hebt u al in het computerhoekje gekeken?’
‘Computerhoekje?’
‘Loopt u maar even mee…’
Daar zat mevrouw ‘Gaastra’, ergens in het halfdonker op een touch screen te hameren…
Van het een val je in het ander. Ben je net, hier en daar nog wat niezerig snot rond blazend, opgestaan uit de dood, net genoeg bakjes kunnen vinden om het nog eens opgekookte begrafenismaal in handzame proporties in te vriezen voor de volgende keer, heeft je kat een trauma.
Dirk wil een andere naam, en wil ook niet meer op de bank liggen. Hij zette vanavond zijn nagels in onze schapenlederen poef (Dirk heeft qua dynamisch-motorisch spellen moeite met de e) en eist garantie op zijn achtergestelde 'depoesito'.
Wat onszelf betreft, wij hebben alles belegd op Jan Mayen; dat ligt zo ver weg, daar kan gelukkig niemand bij.
Ja hoor, de griep. Welke griep, Joost mag het weten. Geen paspoort op het nachtkastje. Bij het boodschappen doen zaterdag viel ik bij de kassa bijna om, maar bij de haringkraam in Bruinisse hield ik ferm stand. Zondag tot vijf uur in de middag geslapen en daarna het cryptogram van de Volkskrant zo goed als opgelost. En dat van de NRC ook. Met een wattig hoofd gaat dat het best.
En nu: heremejezus, was ik maar nooit geboren. Het spierstelsel verstroeft. Ik struikel over mijn eigen botten. De koortsthermometer is kapot, maar de stoom slaat uit mijn oren.
Ik zie driedubbel en ga naar bed…
Tussendoor toch nog even vijf liter tomatensoep gekookt, met tomaten uit eigen tuin, en balletjes, soepvlees en vermicelli. Voor de nabestaanden, na de begrafenis. Sterven is vooruitzien.
Mexico, Mexicoooho…
Leuk dat ik u heb gekend.



| ma | di | wo | do | vr | za | zo |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 |
| 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 |
| 22 | 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 |